1963: Huge Verdaasdonk interview met Remco Campert

In 1963 interviewde  Hugo Verdaasdonk Remco Campert. Het verscheen in De Tijd en Maasbode van 9 november van 1963 onder titel:

RC Alle boeken zijn eigenlijk mislukt

Remco Campert: „Alle boeken zijn eigenlijk mislukt”


De herdrukken van bijna al zijn boeken bewijzen het: met nog enige andere anteurs als Claus, Mulisch en Wolkers vormt Remco Campert (33) de happy few in de Nederlandse litteraire wereld, waarvan het werk door een groot publiek grif wordt gekocht. Campert’s gewaardeerdheid blijft echter niet uitsluitend beperkt tot een krinf van volwassen lezers; evenals dat bij de drie eerder genoemde schrijvers het geval is, bestaat een niet gering deel van degenen, die zich iedere keer weer zijn nienw-verschenen schrifturen
aanschaffen uit Jonge mensen. Zij tonen zelfs een dergelijke interesse in zijn proza en poëzie, dat men hem een bij de Jeugd zeer geliefd schrijver mag noemen. „Is dat werkelijk zo?” vraagt de auteur zich verwonderd af. Maar dat is pose: even later laat hij zich in de loop van het onderhoud ontvallen, dat zeer veel l4- en I5-Jarigen hem komen interviewen („die mij dan altijd vragen of ik mijn inspiratie aan de kafétafel of aan de schrijftafel opdoe”).  Wat betreft de reden van zijn grote gewaardeerdheid houdt’ hij het op „een aangeboren goede smaak van de jeugd”. Hij weet het dus niet. Zonder de pretentie te hebben de oorzaak van so iets onverklaarbaars als algemene geliefdheid te willen blootleggen, geloof ik, dat het de als het ware transparante manier van schrijven en de wat wrange, aan die van Carmiggelt verwante humor zijn, die zijn werk voor vele jongeren aantrekkelijk maken.

Remco Campert is schrijver hetgeen inhoudt, dat hij zich bij voorkeur van het geschreven woord bedient om zich te uiten. Gedurende ons gesprek was dit ook merkbaar: –
Hij toonde een duldelijk wantrouwen tegenover de gestelde vragen, trachtte zich er soms vanaf te maken door het debiteren van platitudes en verborg zijn geïrriteerdheid
nauwelijks: o.a. toen ik hem vroeg wat hij zoal las antwoordde hij: „boeken.” Hij pauzeerde vaak, herhaalde zUn zinnen en sprak langzaam, vrij monotoon zelfs.

— Vindt u, dat u veel gemeen heeft met uw schrijvende generatie-genoten?

„Nee, dat geloof ik niet. .. er zijn natuurlijk wel bepaalde oppervlakkige facetten die we gemeen hebben, verder wijkt alles erg uit elkaar, (pauze).
Bijvoorbeeld Nooteboom wil heel andere dingen met schrijven dan ik. Wat ik van zijn roman vind? Er zijn weinig gelukte boeken, dat allereerst en wat dat betreft, is het mislukt,
zoals bijna ieder ander boek. Hij heeft trouwens van tevoren al ingekalkuleerd dat het niet zou lukken; kijkt u maar naar het verhaal: dat gaat over het niet slagen van het schrijven,
dat verbeeld wordt in een auteur die zijn boek niet al kan maken en een ander die dan daarover moet schreven, etcetera. Maar of hij op dat punt geslaagd is; ik bedoel om dat
ook over te brengen? ik zei al, dat je ervan zou kunnen uitgaan, dat leder boek eigenlijk mislukt is. De bezwaren die men tegen De ridder is gestorven ingebracht heeft kan ik
wel meevoelen; alles is een beetje verdronken onder een aantal gevoelens etcetera… Wolkers?

Een eh, goede gereformeerde schrijver… Er zit een wereld van gevoelens achter (lacht). Hij schrijft erg beeldend natuurlijk, zoals men ook graag wil in Holland, want als men
hier kunst waardeert dan gaat het erom of het aan schilderkunst doet denken. Maar afgezien daarvan; de mentaliteit is erg eh.. typisch een jongen, die uit een gereformeerd gezin is
voortgekomen en daar kennelijk vreselijk mee bezig is. Hermans is een erg groot schrijver; hij kan een verhaal vertellen als weinig anderen: snel, recht op de man af en zonder
bijzaken. Nee, hij is niet mijn lievelingsauteur, dat is Nabokov (…). Misschien Is het wel waar, dat mijn eerste poëzie beïnvloed is door die van Lodeizen. Maar dan meer in de
sfeer of in de geest van hem, dan van het direkt taalgebrulk. Verder beschouw ik dat werk als een autonoom geheel.”

— Is de schrijversaktie in uw oog gelukt? „De subsidie voor litteratuur is iets omhooggegaan. niet? Wel… laten we ervan uitgaan, dat het hele gedoe me geen bal interesseert.
ik zal altijd voor de schrijversaktie zijn — aan één stuk door; maar ln mijn persoonlijk leven grijpt het niet in, het heeft verder niets met mij te maken.
ik weet het niet, maar ik moet eerlijk zeggen, dat zolang ik schrijf ik mijzelf bedropen heb door hoop onzin te schrijven voor de radio en vertalingen te maken.
De aktie gaat natuurlijk om de principiële erkenning van het schrijverschap, maar ik geloof niet dat ze bereikt hebben wat ze wilden. Hoogstens een stapje op wat men dan
de goede weg noemt.”

— Dat u minder goed werk… „Het is niet minder goed, het is anders.”

— U gebruikte de term toch. „Die trek ik dan in. Het is gewoon ander werk hè. Voor de radio bijvoorbeeld is het heel goed, maar ik wil het niet in een boek publiceren natuurlijk.
Het vormt gewoon een onderdeel van mijn vak: een timmerman zal liever een hemelbed maken, dan een krukje om je voeten op te leggen. Het is allemaal timmeren.”
„ik heb heel lang ontzettend veel belang ln politiek gesteld. Tot eh..tot die kwestie met Cuba, toen die boten op elkaar afstormden. Die nacht of die ochtend bereikte ik een
hysterische toestand (lacht). Toen dacht ik, nu gaat het dan allemaal gebeuren. Sindsdien interesseer ik me er niet meer voor. (…) ik geloof, dat mijn politieke sympathieën
nog geboren moeten worden; allicht ben ik meer links geïnteresseerd dan rechts, maar de ware liefde breng ik er niet meer voor op. Het is zo’n eh… vakmansgedoe geworden.
Maar sympathie, nee, dat ls iets persoonlijks, iets emotioneels, geloof ik. Zo vind ik Castro nog altijd een erg aardige man, gewoon. (lacht).
Dat heeft natuurlijk niets meer met politiek te maken, dat is gewoon een romantisch idee, dat je nog steeds hebt..”

Over zijn aandeel in de film „Helden in schommelstoel” liet Campert zich kort en ietwat kryptisch uit:

„Of het schrijven van een scenario moeilijk Is, hangt helemaal af van de regisseur waarmee je werkt — hij maakt de film.
Het verzorgen van eea scenario is een ondergeschikte functie. ik had net zo goed aan de kamera kunnen staan..

— Wat zijn uw literaire plannen? „ik dicht natuurlijk en ben bezig aan een boek over de dood. Dat ia een ander onderwerp, maar je kunt er ook met een flinke
dosis humor over schrijven. ik hoop, dat als ik ermee klaar ben, ik weet of ik bang ben voor de dood of niet.”

— Schrijven ia voor u zelfbevestiging — (Fel) „Maar dat weet ik helemaal niet; u gebruikt allemaal van die termen… Het ia zelfontdekking,”
En als dat zo is, wat dan te denken van Camperts dichtregel: Poëzie ia een daad van bevestiging
En van: ik geloof dat ledereen eenzaam is gevangen in deze kou die uit de grond komt als Remco Campert zelf zegt: „ik heb helemaal geen medelfden met de mensen;
met mezelf misschien, maar niet met de mensen…”

HUGO VERDAASDONK

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s